Samenvatting van mijn visie op leren en lesgeven
Leren is nodig om te overleven. Organismen die zich niet of onvoldoende aan de omgeving aanpassen, hebben minder overlevingskansen, dan die dat wel doen. Het opdoen van kennis staat dus nooit op zichzelf, maar is nodig en ontstaat in de interactie met de omgeving. Die omgeving van de mens is de laatste decennia sterk veranderd. Dankzij ontwikkelingen in wetenschap en techniek, denk aan ICT, gaat de groei van de hoeveelheid informatie en kennis sneller dan ooit te voren. Je ziet dan ook in het onderwijs een herdefiniëring van wat (minimaal) nodig is te weten. Resultaten vanuit wetenschappelijk onderzoek van verschillende disciplines leveren nieuwe theorieën op van leren en transfer en van de werking van onze hersenen.
In de loop van tien jaar lesgeven heb ik mijn eigen ideeën over leren en lesgeven ontwikkeld. Achtereenvolgens verwoord ik welke ervaringen ik in het lesgeven opgedaan heb en tot welke visie dat bij mij heeft geleid. Deze visie werk ik verder uit aan de hand van een tweetal vragen. Tot slot schets ik consequenties van mijn visie voor mijn onderwijspraktijk.
Ervaringen
Mijn visie op leren en lesgeven is ontstaan, doordat ik zelf onderwijs moest ontwerpen, omdat een methode niet af was of omdat methoden niet geschikt waren. Ook ICT-projecten, zoals POVO, droegen bij aan deze ontwikkeling. Een derde poot is verdieping in leerstijlen door ervaringen met vwo+ klassen. Bij het zelf ontwerpen van lesmateriaal stelde ik me de vragen: wat moeten mijn leerlingen leren? Waarom moeten ze dat leren? En hoe kunnen ze dat het beste leren? Steeds heb ik me afgevraagd wat het effect van mijn handelen was. Lessen ontstonden steeds als resultaat van actie, reactie en reflectie.
Visie
Onderwijs moet gericht zijn op de ontwikkeling van de zelfstandigheid van de leerling door leerlingen te leren denken. Om voor deze tijd relevante bekwaamheden te ontwikkelen, is het nodig dat een leerling zélf actief leert en leert om kennis flexibel aan te wenden. Onderwijs dient daarom in de eerste plaats leerling-gericht te zijn. Leerling-gericht onderwijs is tegelijk vormend en motiverend: door kennis in contexten aan te bieden, wordt het voorstellingsvermogen, de verbeelding, gestimuleerd.
Vragen
1. Hoe draagt kennis bij aan de vorming van leerlingen?
2. Hoe krijg ik leerlingen gemotiveerd om te leren?
In mijn uitgebreide beschrijving ga ik in op een drietal begrippen, te weten kennis, motivatie en leren. Vorming heb ik vooralsnog buiten beschouwing gelaten.
Kennis bestaat niet alleen uit het weten van de feiten (wat), maar ook uit weten hoe, weten waarom en het weten over weten. Kennis heeft een context nodig, wil het betekenis krijgen. Om deskundigheid te ontwikkelen in een onderzoeksgebied, moeten leerlingen, een grondige feitenkennis hebben, de feiten en ideeën zien in de context van een conceptueel raamwerk en hun kennis zo organiseren dat het gemakkelijk is op te halen en toe te passen. Kennis moet dus bruikbaar moet zijn.
Motivatie is een emergent verschijnsel en altijd het gevolg van iets én het heeft iets tot gevolg. Aansprekend vind ik de bouwstenen voor motivatie: relatie, competentie en autonomie.
Het is belangrijk om te weten hoe mensen leren. Naast diverse psychologische theorieën, komen er ook steeds meer onderzoeksresultaten uit de neurobiologie. Om leerlingen te leren denken, is het toepassen van metacognitieve vaardigheden onmisbaar. Je leert als je beseft dat je leert. Metacognitie bevordert de transfer van kennis, dat wil zeggen het vermogen om wat is geleerd te verspreiden van één context naar een andere. Waar voorheen reproductie van kennis als voorwaarde voor transfer gold, daar gaat het nu om het flexibel aanwenden van kennis in diverse contexten.
Consequenties
Een leraar moet zijn eigen onderwijs ontwerpen. Hoe maak je voor leerlingen aantrekkelijk onderwijs? Welke contexten hebben voor leerlingen betekenis? Op zoek naar het antwoord op die vraag heb ik in de achterliggende jaren diverse didactische modellen gebruikt of er kennis mee gemaakt, te weten Verhalend ontwerpen, Exemplarisch onderwijs, Real life problems, het WebQuestmodel en het concept-contextmodel. Deze modellen hebben een paar gemeenschappelijke karakteristieken. Het gaat om authentieke, betekenisvolle leeromgevingen, die een beroep doen op denkkracht van leerlingen. Maak er een verhaal van, een ontdekkingstocht. Leerlingen moeten zich er emotioneel bij betrokken (kunnen) voelen.
Onderwijs ontwerpen in deze lijn vraagt tegelijk heel wat van de professionaliteit van leraren: bedenken, vragen stellen, organiseren, observeren en beoordelen. Het is ook een rijke ervaring: geweldig toch om in een verhaal te stappen en het samen met je leerlingen mee te beleven? En het scheelt je een hoop ordeproblemen!
Het verhaal gaat…
Dit document is mijn verhaal. Een verhaal dat nog niet af is…
Wat is mijn grote voldoening? Leerlingen enthousiast, actief aan het werk te zien en ze te horen zeggen dat het leuk is. Leerlingen te zien groeien in zelfstandigheid, waarin eigen keuzes gemaakt worden. Wat is mijn grote uitdaging? Leerlingen zover te krijgen. En daar gebruik ik biologie voor, een vak wat ik met hart en ziel geef. Want je hebt een vak en je geeft een vak!
Anco van Moolenbroek
Vestigingsdirecteur De Passie Utrecht
Promovendus Bètadidactiek Universiteit Utrecht
De uitgebreide en onderbouwde versie is te downloaden.
We leren een leven lang. De weerslag van mijn denken over leren en lesgeven in dit document is dan ook geen eindstation.

