Gedrag in Kennisbasis Biologie

Onlangs kreeg ik kennis aan de kennisbasis die ook voor het vak Biologie uitgegeven is. In het formuleren is rekening gehouden met de vernieuwingen in het vakgebied. Terecht wordt daarom verwezen naar de leerlijn 4-18 jaar die ontworpen is onder auspiciën van de CVBO. De kennisbasis is verder uitgebreid met een leerlijn 18-22 jaar en vormt daarmee ook het eindniveau voor de tweedegraads lerarenopleiding biologie. Daarmee is een belangrijk instrument voor het onderwijs gepubliceerd. Een goede zaak!

Als biologiedocent en onderzoeker ben ik daarom nieuwsgierig hoe mijn eigen expertise, de didactiek van de gedragsbiologie, in deze kennisbasis opgenomen is. En dat valt nogal tegen. De Kennisbasis heeft op dit onderwerp oud en nieuw door elkaar gehaald en is daarmee op het onderwerp Gedrag achterhaald.

Een van de conclusies uit mijn vooronderzoek is dat leerlingen zich niet bewust zijn van gedrag en dat de vier vragen van Tinbergen naar de oorzaak, functie, ontstaan en ontwikkeling van gedrag leidend moeten zijn in het structureren van het aanleren van concepten[i]. Ook heb ik aangetoond dat de huidige biologiemethoden – inclusief ‘Biology’[ii] – gedateerd is. Met ‘Biology’ zijn generaties biologiedocenten opgeleid en het is niet voor niets een standaard werk.

Laten we de punten uit de Kennisbasis eens onder de loep nemen.

Proximale en ultieme verklaringen van gedrag met daaraan gekoppeld de vier vragen van Tinbergen

Wat zijn de vier vragen van Tinbergen anders dan de proximale en ultieme verklaringen van gedrag? Waarom moet dat gekoppeld worden? Waarom moet er zo nodig gesproken worden over proximaal en ultiem? Omdat ‘Biology’ dat doet, in navolging van veel wetenschappers. Maar ‘Biology’ is (meer) een overzichtswerk op het gebied van Gedrag. Standaardwerk is het boek van Bolhuis & Giraldeau: ‘The behavior of animals: Mechanism, function, and evolution.’[iii] In de formulering van de Kennisbasis lijkt het erop dat ‘oud en nieuw’ hier door elkaar gehaald worden, wat niet anders is dan een gebrek aan kennis[iv]. In het Engels wordt bovendien de term ‘ultimate causes’ gebruikt, wat misleidend is, omdat het geen oorzaken zijn.[v]

Gedrag komt door interne en externe factoren tot stand

Ja, helemaal mee eens, al kan de formulering scherper. ‘Tot stand komen’ klinkt nogal passief. ‘Wordt veroorzaakt’ is dan prikkelender en sluit aan bij de vraag van Tinbergen naar de causatie van gedrag.

Gedrag komt deels onder invloed van erfelijke  factoren tot stand

Wat is het argument om deze zinsnede op te nemen? Ik vermoed de angst dat studenten en leerlingen gedrag monocausaal verklaren. Je weet wel: ‘Gen gevonden voor alcoholisme’, of zoiets. Maar een erfelijke factor is toch niets anders dan een interne factor? Bovendien, in mijn onderzoek naar leerlingdenkbeelden toonde ik aan dat leerlingen helemaal geen rechtstreeks verband leggen tussen gedrag en genen. Dat blijkt me ook uit mijn hoofdonderzoek, waarin een lessenserie over gedrag in de praktijk van het VO is uitgetest.

Gedrag is het resultaat van een dynamische relatie tussen het organisme en zijn omgeving

Wat wordt bedoeld met dynamisch? Gaat het hier weer gewoon over externe prikkels of wordt hier de evolutie (ontstaan) van gedrag bedoeld? Juist die vraag van Tinbergen heb ik voor leerlingen buiten beschouwing gelaten in mijn lessenserie. Het concept Evolutie is een sleutelbegrip in de biologie en lastig voor leerlingen te begrijpen. Laat staan de evolutie van gedrag, waar ‘fossiel gedrag’ een gedachte is.

Ethogram en protocol als instrumenten om in gedragsonderzoek geobserveerd gedrag vast te  leggen

Schrijven we ook voor dat onderzoek naar hormonen of medicijnen dubbelblind uitgevoerd moet worden? Ik heb een serie examens voor het havo en vwo geanalyseerd op vragen over gedrag. Het blijkt dat verreweg de meeste vragen gaan over onderzoeksmethodiek. Daar heb je geen kennis van gedrag voor nodig. Begrijp me goed, gedragsbiologisch onderzoek is een specialisme en een wetenschappelijke context zal een onderzoekspraktijk zijn. Daarin komen deze instrumenten vanzelf aan bod en is het niet nodig om deze hier te vermelden.

Gedragsonderzoek kent toepassingen in diverse  contexten

Dit is een vage omschrijving. Je kunt voor Gedragsonderzoek gerust een ander woord invullen zonder dat de strekking veranderd. ‘Boekhouden kent toepassingen in diverse contexten.’ Mijn voorstel is om hier concreter te zijn en aan te sluiten bij de drie doelen van gedragsonderzoek: conservatie van soorten, welzijn van dieren en het begrijpen van de menselijke natuur.

Kortom, aan bovenstaande toelichting van de Kennisbasis op Gedrag is wel wat aan te merken. Ik stel daarom bij de eerstkomende herdruk van de Kennisbasis biologie voor om de onderstaande toelichting op te nemen:

  1. Gedrag wordt verklaard met de vier vragen van Tinbergen naar de oorzaken, ontwikkeling, functie en ontstaan van gedrag.
  2. Gedrag veroorzaakt wordt door in- en externe prikkels.
  3. Overleven is de ultieme functie van gedrag
  4. Gedrag ontwikkelt zich door leerprocessen
  5. Het stress mechanisme vormt een adequate basis voor systeemdenken voor Gedrag
  6. Gedragsonderzoek is gericht op het bewaren van soorten, het welzijn van dieren en het begrijpen van de menselijke natuur.

Waarom voeg ik het stress mechanisme toe? Omdat juist in de lineaire verbeelding van het General Adaptation Syndrome de drie vragen van Tinbergen (evolutie laat ik buiten beschouwing) geïntegreerd zijn, er in meerdere organisatieniveaus gedacht moet worden (organismaal, orgaan, moleculair), en het zo duidelijk wordt dat gedrag een dynamisch systeem is dat ontstaat in wisselwerking met de omgeving.

Hans Selye, de grondlegger van de General Adaptation Syndrome, schreef: “adaptability is probably the most distinctive characteristic of life”[vi]. Laten we dit bewijzen door de Kennisbasis op het onderwerp Gedrag bij de tijd te brengen. Dit artikeltje kan als een externe prikkel dienen.


[i] Van Moolenbroek, A., Boersma, K. T., & Waarlo, A. J. (2007). Denkbeelden van leerlingen over gedrag van mens en dier en het onderzoeken daarvan. Tijdschrift voor Didactiek der β-wetenschappen, 24, 1&2, 5-30.

[ii] Campbell, N. A., & Reece, J. B. (2005). Biology (7th ed.). San Franscisco: Pearson Education.

[iii] Bolhuis, J. J., & Giraldeau, L. (Eds.). (2005). The behavior of animals. Mechanisms, function, and evolution. Malden: Blackwell Publishing Ltd.

[iv] Van Moolenbroek, A., Boersma, K. T., & Waarlo, A. J. (2005). Gedrag in biologiemethoden achterhaald. Niche 26 (1), 16-20.

[v] Bolhuis, J. J., & Verhulst, S. (Eds.). (2009). Tinbergen’s legacy: Function and Mechanisms in Behavioral Biology. Cambridge: Cambridge University Press.

[vi] Selye, H. (1978). The stress of life (Revised ed.). New York: The Mc Graw-Hill Companies, Inc. p. 159