Meester, bent u nu boos?

Meester, bent u nu boos?

Het zijn de donkere dagen voor kerst. Uit een klas galmt het ‘Vrede op aarde’. Een toepasselijker lied is er niet als we onze klassenronde lopen. In de groepen 4-8 vertellen we iedere maand hoe het gesteld is met de sociale veiligheid in de school. Hoe we dat weten? Dat melden onze leerlingen zelf. We weten het uit betrouwbare bron. Zij doen voor ons het licht aan, zodat wij weten wie opvalt en waar we te weinig regie voeren op de ruimte.

In de natuur kennen we vrije uitloop-eenden, -kippen, -koeien, en -varkens. De natuur gaat haar gang en de pikorde zorgt ervoor dat ieder dier zijn plaats kent. Wat niet sterk genoeg is, wordt buitengesloten en gaat dood. Die is de gebeten hond, het zwarte schaap, het haasje, of het lelijke eendje. Geen boer die het zover wil laten komen. Vrij van vrees en stress is immers een van de vijf vrijheden voor dierwelzijn!

In een klas en in een school is geen vrije uitloop of vrije ruimte. Dat was een van de eerste lessen die ik leerde toe ik voor de klas stond. Of de klas bezet de ruimte óf de leraar. En hoe groter het wederzijdse vertrouwen is, hoe soepeler de regie over de ruimte gaat. Maar waar leerlingen zélf hun ruimte moeten regelen, daar gaat de natuur haar gang. Survival of the fittest.

De veiligheid van burgers wordt vergroot door het verzamelen van inlichtingen. Stel je eens voor dat de AIVD dat niet deed…?! Stel je eens voor dat de politie geen inlichtingen over relschoppers verzamelde. Dan zou je toch in het duister tasten? Hoe meer informatie, hoe duidelijker de patronen zich gaan aftekenen.

Structureel pesten is het regelen van de eigen ruimte als niemand daar regie over voert. Dat kun je een leerling niet kwalijk nemen. Je moet dus het speelveld veranderen, niet de spelers.

Meester, bent u nu boos? Deze eerlijke vraag wordt gesteld als ik vertel dat we nu meer dan 400 meldingen hebben. De gezichtjes van de leerlingen spreken echter boekdelen als ik ze complimenteer. Hoe fijn is het dat wij door jullie weten waar we het veiliger kunnen maken! Geen straf, maar stoppen. En we zien dat leerlingen die eerst te ver gingen, hard bezig zijn om te stoppen.

Meester, bent u nu boos? Ja, toch wel.We zien ook dat bijna de helft van de meldingen van ons schoolplein komt. Logisch, want daar houden we voornamelijk toezicht. En dat is geen regie voeren. Dat is een soort vrije-uitloop. En elke melding is een verzoek om regie. Hoe konden we zo dom zijn om te denken dat een vrije uitloop op het schoolplein vanzelf goed gaat. We weten nu beter. Als team hebben we besloten om de regie over de ruimte op het schoolplein te voeren. De eerste ideeën daarvoor hebben het licht gezien.

Vrede op aarde – Vrolijk Kerstfeest – Gelukkig Nieuwjaar

Echt hè!

De bedrijfspoedel

Om de paar maanden gaan mijn vrouw en ik er een nachtje tussenuit. Bijna altijd bevinden we ons dan in een hotel van een keten waar ook honden toegestaan zijn. Omdat de baas van het spul zich ergerde aan hotels waar hij zijn hond niet mee mocht nemen. Niet dat wij onze hond meenemen (we gaan niet voor niets samen), maar de gedachte dat het mag is toch al heel fijn.

2014-08-10 21.20.02Onze hond is echt gezellig. Zo eentje van het kaliber “doet niets”. Hij heeft bijna altijd hetzelfde humeur. Wie er ook binnenkomt, onze hond is er blij mee. Hij heeft wel zijn voorkeuren, maar nog nooit heeft ie iemand genegeerd. Echt een sfeermaker in huis. Zeg nu zelf, in welk bedrijf vind je zo’n collega?! Tenminste, als je de kwalificatie “doet niets” buiten beschouwing laat. Toch is in onze samenleving niet echt gebruikelijk dat we onze hond mee naar het werk nemen.

Onderzoek toont aan dat wie zijn hond meeneemt naar het werk, minder last heeft van stress. In teams zorgt het voor creativiteit. Hoe? Een rondje lopen met de hond helpt om je gedachten te verzetten en kan weer nieuwe ideeën opleveren. En als je dat rondje samen met je collega loopt, kun je in een ontspannen setting toch heel wat bespreken. Eigenlijk is dat een moment waarop je ‘de zaag even kunt scherpen’, zoals Covey dat noemt. En het werk komt echt wel af, want aan het einde van de dag iets langer doorgaan is geen probleem. De hond zit toch niet met een volle blaas thuis te wachten! En wie bang is voor een hond? Gewenning is ook een leerproces! Een bedrijfspoedel zou de sfeer en de bedrijfscultuur dus ten goede kunnen komen.

Elk bedrijf, elke organisatie, heeft een bedrijfscultuur. Dat is lang niet altijd de cultuur die naar buiten toe getoond wordt! Als een bedrijf meerdere afdelingen en teams kent, wordt de bedrijfscultuur een resultante van alle subculturen. Sterker nog, het beeld dat een buitenstaander zich vormt van de cultuur, kan zelfs uitgemaakt worden door het contact met een enkele afdeling. Contact met een andere afdeling kan dan een heel ander beeld oproepen.

Nu zijn er allerlei modellen waarmee een bedrijfscultuur getypeerd kan worden. Bekend is het model van Quinn & Rohrbaugh: Competing Values Framework dat vier dimensies kent: mensgericht, resultaatgericht, beheersgericht, en innovatiegericht. Quinn heeft dat model doorontwikkeld naar het Organizational Culture Assessment Instrument. Daarmee worden vier cultuurtypen onderscheiden: familiecultuur, adhocratiecultuur, hiërarchische cultuur, en de marktcultuur. Een goede lezer heeft echter ook de grote gemene deler gevonden: relaties. Hoe gaan mensen met elkaar om? Wat verwachten collega’s van elkaar. Wat verwacht het management?

Een vitale bedrijfscultuur wordt gekenmerkt door vitale relaties. Zowel de onderlinge relaties als externe relaties. En een vitaal bedrijf levert betere kwaliteit. Investeren in vitale relaties loont dus! Want laten we het eens omdraaien. Zieke relaties, verziekte verhoudingen, daar wordt toch niemand gelukkig van? En een ongelukkig iemand … is een gestrest iemand. Een derde van het ziekteverzuim dat te wijten is aan het werk, wordt veroorzaakt door werkstress. In mei 20214 kondigde Minister Asscher een plan aan dat de komende vier jaar werkstress bespreekbaar moet maken en aan moet pakken. Het moet normaal worden dat werkgever en werknemer met elkaar in gesprek gaan over werkstress en daarover afspraken maken. Vrij vertaald: ze gaan praten over hun onderlinge relatie en de relaties op de werkvloer. Want de grootste risicofactoren zijn werkdruk, agressie, geweld en intimidatie. “Baas, ik wordt gepest…” In een giftige cultuur heerst de angst. Angst voor de hond. Angst om de gebeten hond te zijn.

Op dit punt van schrijven aangekomen, merk ik dat ik even de hond uit moet gaan laten.

Keep reading →