Waardering is de brandstof in het leven

De keren dat een workshop mij werkelijk aan het werk zette, zijn zeldzaam. Dat zegt overigens niet altijd wat over de workshop; er is altijd wel iets te leren. Maar de mate waarin het geleerde direct bruikbaar is, verschilt nogal. En heel soms heb je een workshop waarin je iets leert en vervolgens weg gaat met het gevoel dat je pas aan het begin van een nieuw traject staat. Dat overkwam mij onlangs toen ik de workshop ‘Waarderend Leiderschap’ van Drives@School volgde. Ik had me al eens wat verdiept in Appreciative Inquiry (AI) of Waarderend Onderzoeken, maar mezelf nog niet de tijd gegund om het echt tot me te nemen. De uitnodiging van Drives@School kwam dan ook heel gelegen.
Waarderend onderzoeken komt uit de de Positieve Psychologie. Nu zit positief denken, van het goede uitgaan, en optimisme best in mijn aard, maar AI heeft daar nog wel een forse dimensie aan toegevoegd. Want het goede is een vijand van het beste. En al te gauw zie je eerder wat ontbreekt, dan wat er wél is. In de woorden van Aart Brezet van Drives@school: op zoek naar het beste is zoeken naar de waarde(n), terwijl ‘goed’ aan een norm appelleert. Het beste is een hoogtepunt en met Waarderend Leiderschap worden die verhalen onderzocht die gaan over hoogtepunten in je werk. Leren van je succes in plaats van leren van je fouten.
Overigens weet workshopleider Aart Brezet in korte tijd een hele serie uitspraken te doen die het onthouden waard zijn. Een bloemlezing:

  • Er werkt altijd iets
  • Zelfs het meest irritante gedrag komt altijd voort uit een positieve drijfveer.
  • Je doel halen door je doel los te laten en te verwoorden in je vragen.
  • Onderzoeken is beïnvloeden, is de aandacht richten.
  • Achter ieder probleem ligt een behoefte of wens. De vraag is wat je moet aanleren om te zorgen dat aan de behoefte wordt voldaan. Negeren is geen oplossing, want negeren is ook aandacht geven. Praten vanuit wensen in plaats van klachten.
  • Omdraaien van ‘niet’ naar ‘wel’, zoals van werkdruk naar werkplezier. En bij verzuim: waarom kom je wél naar je werk? steeds bezig zijn met perspectief, met die kant die je verder brengt of het meeste helpt.
  • Aannames zijn de manier waarop we de wereld begrijpelijk maken.
  • Er zit een groot verschil tussen de zin: ‘ik zie het niet; en ‘ik zie het nog niet’. De eerste sluit af, de tweede laat de ruimte.

Aart heeft een missie om deficit denken uit het onderwijs om te buigen. En hij heeft ons daarvoor een waardevol instrument laten ervaren; want het was practice what you preach. En volgens mij was het dat ervaren wat bij mij het gevoel opriep van verlangen naar meer van deze aanpak. En dus heb ik me voorgenomen om waarderend onderzoeken in de praktijk te gaan brengen. Missie geslaagd, Aart!

Geven is een levenskunst

IMG_20151204_193246Het is Sinterklaas 2015 wanneer ik de V&D bezoek. Voor de laatste keer. Maar dat wist ik toen nog niet. We vieren de verjaardag van de Sint op een eigen wijze. Geen verrassingen – ook wel surprise genoemd, geen rammelende rijm – ook wel gedicht genoemd. Wel hebben we als gezin de gebruikelijke lootjes getrokken. Om dan in een uur een kadootje voor het lootje te scoren tegen het maximum bedrag van tien euro. Meer geven we niet – uit. Het gaat tenslotte om de aandacht die je elkaar geeft.

Want volgens de heren Vroom en Dreesman is geven veeeel leuker dan krijgen. Deze gedachte hangt ons bij V&D boven het hoofd. Veeeel leuker. En toch knaagt deze kreet wel enigszins aan mijn gemoed. Het doel van V&D is toch immers beperkt tot het overhevelen van ‘have en goed’? Het hele warenhuis ventileerde de vraag: wat heb je nodig? Maar niemand had nog iets nodig van V&D. Wij zijn immers niet meer afhankelijk van een fysieke plek? Ons consumerende bestaan is vooral virtual reality geworden. En daarom is de tent nu dicht; ze gaven teveel – uit.

Niettemin, de vrome oproep van V&D heeft hele oude papieren. In de Bijbel neemt Paulus zichzelf als toonbank als hij zegt: In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus, die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.” (Handelingen 20:35).

Geven maakt gelukkiger dan krijgen. Het is zelfs wetenschappelijk aangetoond (pdf). Geven blijkt zelfs een geglobaliseerd geluksgevoel te zijn. En helemaal euforisch kan een gever worden deze het idee heeft dat zijn gave in goede aarde valt.

Het idee alleen al.

Waaróm maakt geven gelukkiger? Andere geleerden, zoals de filosoof Levinas en de psychiater Böszörményi-Nagy, hebben behartigenswaardige woorden gewijd aan zijn en geven. Ik vat het in eigen woorden. Een kind dat geboren wordt, ontvangt het leven. Vader en moeder hebben het leven gegeven aan hun kind. Leven is een gift. En voor het kind zit er daarom niets anders op dan zelf ook te geven. Zo alleen kan de levensgrote gift worden terug betaald. Zo alleen kan het leven worden ontvangen. Hoe? Door een tegenover te zijn voor de ander. Zoals Levinas treffend stelt: ik word ik in het aangezicht van de ander. Dan alleen kom je jezelf tegen en ontmoet je de ander. Want geven maakt gelukkiger dan ontvangen. Als echter mijn geven niet gezien wordt, dan voelt dat als een afwijzing. Van mijn persoon. Van mijn bestaan. En dat is niet terecht. Want ik besta.

de barmhartige samaritaan

Nu dat klinkt nogal filosofisch. Waar in de Bijbel zegt Jezus dat geven gelukkiger maakt dan ontvangen? Het mooie is dat deze woorden van Jezus helemaal niet in de Bijbel opgeschreven zijn. Wel vertelde Jezus ooit een verhaal over een man die neergeslagen was door brute rovers. Voor dood lag hij langs de zelfkant van de samenleving, terwijl de andere kant aan hem voorbij trok. Tot één man, ook een verschoppeling, bij hem stil stond, hem ter plekke hielp en zorgde voor een hoopvolle toekomst.

Wat was de aanleiding tot de vraag: wie is mijn naaste? Zijn eerste vraag was namelijk: Meester, wat moet ik doen om eeuwig te leven? En op Jezus’ antwoord: heb God lief en je naaste als jezelf, moet hij gedacht hebben: Meester, ik kan u niet helemaal volgen… Want de vragensteller wilde zichzelf rechtvaardigen. Wie denk je, vroeg Jezus toen aan de samenleving, is de ander geweest voor die ene? Dat is de vraag: wie ben ik voor de ander? De samenleving vroeg echter: wie is mijn naaste? Deze laatste vraag, vraagt om een oordeel over een ander. De eerste vraag oordeelt mijzelf. Nu kun je de vraag stellen: wat gaf de terneergeslagen man? Simpelweg: zijn aanwezigheid.

Hoe leren we onze leerlingen dat geven gelukkiger maakt dan ontvangen? Door hún geven te zien. En ik weet van mezelf: daar moet ik steeds aan werken, dat moet ik elke dag beoefenen.

“Alle kinderen verdienen een zo passend mogelijke plek in het onderwijs. Onderwijs dat leerlingen uitdaagt, dat uitgaat van hun mogelijkheden en rekening houdt met hun beperking.” (www.passendonderwijs.nl). Deze twee zinnen vormen een wereld van gedachten. De eerste vraag die in deze wereld gesteld wordt is: wat heb je? En de tweede vraag luidt: wat heb je nodig? De eerste vraag kan leiden tot buitensluiten; en de tweede tot afhankelijkheid en consumentisme. Ja, passend onderwijs is net als V&D. Eigenlijk niet meer van deze tijd…

Welke ándere vragen zouden we moeten stellen? De eerste: wie ben je? En de tweede: wat kun je geven? De eerste vraag onderkent het bestaan; de tweede vraag erkent het bestaan. Beide vragen leiden tot zelfvalidatie en zelfvertrouwen van de ander én van mezelf.

Wat heb je nodig of Wat heb je te geven. Het is een wereld van verschil. Toen ik dit inzicht onlangs in een gesprek benoemde, sprak mijn gesprekspartner direct en enthousiast: “ik voel het verschil.” Dat is het. Het verschil is te voelen. Want verschil mag er zijn, zodat het verschil gemaakt kan worden. Juist in het onderwijs waar leren interactie is. Waar de een niet zonder de ander kan.

En als de ander je zegt: “mees, ik kan u niet volgen…”, dan heb je wat uit te leggen.

Adaptability, Resilience and Vitality

classroom1“Adaptability is probably the most distinctive characteristic of life” tekende de medicus Dr. Hans Selye in 1956 op in zijn boek The stress of life. Aan die uitspraak moest ik weer denken toen ik een bezoek aan Microsoft Customer Immersion Experience in gedachten verwerkte. Een bezoek dat je verder laat kijken dan een verkoopervaring van Office365.

Jongstleden maandag stapte ik met een aantal collega’s het kantoor van Microsoft op Schiphol binnen. Het was rond het middaguur en in de kantine zaten vele medewerkers te eten. Hoewel, kantine? Het was gewoon werkruimte waar ook gegeten werd. Dit kantoor is een soort niemandsland – niemand heeft een eigen werkplek (m.u.v. de ICT-ers), en daardoor is elke plek voor iedereen. De General Manager zit daar naast een willekeurige andere medewerker netwerker.

The experience was geheel in deze lijn. De lijn van de visie van Microsoft. Een visie die ik Simple & Sophisticated noem. In de 21e eeuw gaat het eenvoudigweg om Learning, maar wel met equipement “suitable for …”, “having a great deal of experience and worldly wisdom”, “highly-developed, elaborate and produced with a high degree of skill and knowledge” (according to three definitions of sophisticated).

Microsoft heeft dat uitgewerkt in drie pijlers: 1. Leren door ervaren, 2. Leren is creëren én delen (sharing is culture), 3. Leren door doen en ontdekken. De woorden ‘gevoel bij’, ‘elkaar aanvoelen’, en ‘ervaren’ waren in het taalgebruik van Microsoft-medewerkers overigens niet van de lucht.

Toen was daar onze onderdompeling. Office365 is ontwikkeld in en voor het onderwijs. Want als het daar werkt, dan werkt het overal. Ook al zo Simple, toch? Je hele office in een tabletje; dikke pillen zijn niet meer nodig. Alles wat nodig is om te (co-)creëren en te delen is aanwezig. Realtime, anytime, en in no-time. Alles werkt met alles samen en de icoontjes van Word, Excel, Outlook of Skype zijn als rudimenten. Als iconen uit de vorige eeuw.

Waar nu nog -en zeker in het onderwijs- offline de uitvalsbasis is, heeft the world-to-come genoeg aan een internetverbinding. Of is het the world-that-is? Want ik realiseer me dat onze leerlingen the world-without-internet alleen maar kunnen kennen uit onze verhalen. En dat geldt evenzeer de jongste docenten van ons corps.

Mijmerend over deze immersion experience bekruipt me het gevoel dat je eenmaal ondergedompeld met moeite weer boven kunt komen. In het onderwijs bezinnen we ons graag met de vraag: wíllen we dit wel? Deze vraag is echter volstrekt irrelevant geworden. Met Office365 heb je alleen op 29 februari kans om te ontsnappen aan Simple & Sophisticated. Eens in de vier jaar. En trek je dan de vrije natuur in, dan val je in de handen van Apple, want “auto’s zijn iPads op wielen geworden.” aldus hoogleraar Maarten Steinbuch in Intermediair van deze week. Hij verwacht dat over tien jaar de helft van alle auto’s volledig elektrisch rijdt. De billboards ‘Rij offline’ zullen dan ook tot een sweet memory verworden zijn. Wie over tien jaar offline rijdt, staat stil.

En HUMO -ook deze week- kopt: ‘WAT MOET EEN 18-JARIGE VANDAAG STUDEREN? BINNENKORT IS 80 PROCENT VAN DE HUIDIGE JOBS IRRELEVANT’. Aan het woord is Peter Hinssen, visionair: “Tijd en plaats wordt irrelevant als alles altijd in het netwerk te vinden is. Nu gaan we ergens naartoe om te werken, maar het idee om elke dag naar een kantoor in Brussel te rijden wordt compleet absurd. Je verplaatsen voor je werk wordt de uitzondering. (…) De snelheid waarmee de dingen veranderen, wordt steeds groter, terwijl zoveel businessmodellen en bedrijven nú al in hun bestaansrecht bedreigd worden door de automatisering. We zullen goed moeten nadenken over wat wij, mensen, nog zélf zullen doen. Soms ben ik oprecht jaloers op mijn kinderen. Dan denk ik: ‘(…), ik had dertig jaar later geboren moeten worden.’ Maar net zo vaak denk ik: ‘Wat zou ik (…) moeten gaan doen, wetende dat 80 procent van de jobs van vandaag irrelevant wordt?’”

In het onderwijs zijn we druk met Digital Literacy *) van Digital Natives, terwijl de Network Natives al gearriveerd zijn. En de 21e eeuw is nog maar net begonnen. We discussiëren over 21e eeuwse vaardigheden die we leerlingen zouden moeten aanleren. Laten we niet doen alsof we deze wereld opnieuw moeten uitvinden. Het zijn de vaardigheden die elke eeuw nodig zijn. Alleen elke eeuw tien keer meer. Of twintig keer. Of honderd keer. Totdat álles, tot in alle glasvezels van de samenleving, gaat met de snelheid van het licht. Of sneller.

“Stress is essentially reflected by the rate of all the wear and tear caused by life” (ook Hans Selye). Leren is interactie. Je hebt als mens ál je ‘adaptabilty’ nodig om te overleven in een netwerkwereld waar Big Data de ogen en oren zijn geworden. 21e eeuwse vaardigheden? Veerkracht en Vitaliteit – Resilience and Vitality, dát is wat we nodig hebben. Daarom, als ik deze post gepubliceerd heb (op Linkedin, mijn website, facebook en twitter), ga ik gezellig bij de haard verder lezen in het indrukwekkende boek “Tussen de wereld en mij” van de denker Ta-Nehisi Coates (via bol.com, de winkel van ons allemaal). Op de achtergrond muziek van Bach (via een of andere internetzender uit Canada), voor de eeuwigheid geschreven. Want ik laat het niet aan komen op 29 februari.

*) Microsoft heeft daar een cursus voor: Basic level of DL: this course teaches the value of computers in society and introduces you to using a mouse and the keyboard. Geinig toch?

De bedrijfspoedel

Om de paar maanden gaan mijn vrouw en ik er een nachtje tussenuit. Bijna altijd bevinden we ons dan in een hotel van een keten waar ook honden toegestaan zijn. Omdat de baas van het spul zich ergerde aan hotels waar hij zijn hond niet mee mocht nemen. Niet dat wij onze hond meenemen (we gaan niet voor niets samen), maar de gedachte dat het mag is toch al heel fijn.

2014-08-10 21.20.02Onze hond is echt gezellig. Zo eentje van het kaliber “doet niets”. Hij heeft bijna altijd hetzelfde humeur. Wie er ook binnenkomt, onze hond is er blij mee. Hij heeft wel zijn voorkeuren, maar nog nooit heeft ie iemand genegeerd. Echt een sfeermaker in huis. Zeg nu zelf, in welk bedrijf vind je zo’n collega?! Tenminste, als je de kwalificatie “doet niets” buiten beschouwing laat. Toch is in onze samenleving niet echt gebruikelijk dat we onze hond mee naar het werk nemen.

Onderzoek toont aan dat wie zijn hond meeneemt naar het werk, minder last heeft van stress. In teams zorgt het voor creativiteit. Hoe? Een rondje lopen met de hond helpt om je gedachten te verzetten en kan weer nieuwe ideeën opleveren. En als je dat rondje samen met je collega loopt, kun je in een ontspannen setting toch heel wat bespreken. Eigenlijk is dat een moment waarop je ‘de zaag even kunt scherpen’, zoals Covey dat noemt. En het werk komt echt wel af, want aan het einde van de dag iets langer doorgaan is geen probleem. De hond zit toch niet met een volle blaas thuis te wachten! En wie bang is voor een hond? Gewenning is ook een leerproces! Een bedrijfspoedel zou de sfeer en de bedrijfscultuur dus ten goede kunnen komen.

Elk bedrijf, elke organisatie, heeft een bedrijfscultuur. Dat is lang niet altijd de cultuur die naar buiten toe getoond wordt! Als een bedrijf meerdere afdelingen en teams kent, wordt de bedrijfscultuur een resultante van alle subculturen. Sterker nog, het beeld dat een buitenstaander zich vormt van de cultuur, kan zelfs uitgemaakt worden door het contact met een enkele afdeling. Contact met een andere afdeling kan dan een heel ander beeld oproepen.

Nu zijn er allerlei modellen waarmee een bedrijfscultuur getypeerd kan worden. Bekend is het model van Quinn & Rohrbaugh: Competing Values Framework dat vier dimensies kent: mensgericht, resultaatgericht, beheersgericht, en innovatiegericht. Quinn heeft dat model doorontwikkeld naar het Organizational Culture Assessment Instrument. Daarmee worden vier cultuurtypen onderscheiden: familiecultuur, adhocratiecultuur, hiërarchische cultuur, en de marktcultuur. Een goede lezer heeft echter ook de grote gemene deler gevonden: relaties. Hoe gaan mensen met elkaar om? Wat verwachten collega’s van elkaar. Wat verwacht het management?

Een vitale bedrijfscultuur wordt gekenmerkt door vitale relaties. Zowel de onderlinge relaties als externe relaties. En een vitaal bedrijf levert betere kwaliteit. Investeren in vitale relaties loont dus! Want laten we het eens omdraaien. Zieke relaties, verziekte verhoudingen, daar wordt toch niemand gelukkig van? En een ongelukkig iemand … is een gestrest iemand. Een derde van het ziekteverzuim dat te wijten is aan het werk, wordt veroorzaakt door werkstress. In mei 20214 kondigde Minister Asscher een plan aan dat de komende vier jaar werkstress bespreekbaar moet maken en aan moet pakken. Het moet normaal worden dat werkgever en werknemer met elkaar in gesprek gaan over werkstress en daarover afspraken maken. Vrij vertaald: ze gaan praten over hun onderlinge relatie en de relaties op de werkvloer. Want de grootste risicofactoren zijn werkdruk, agressie, geweld en intimidatie. “Baas, ik wordt gepest…” In een giftige cultuur heerst de angst. Angst voor de hond. Angst om de gebeten hond te zijn.

Op dit punt van schrijven aangekomen, merk ik dat ik even de hond uit moet gaan laten.

Keep reading →

Freedom to learn (2)

Onderwijzen is naar mijn mening een sterk overschatte functie.

We schrijven 1969. “Steeds weer heb ik erop gewezen dat, als we burgers willen hebben die opbouwend kunnen leven in deze caleidoscopisch veranderende wereld, dit alleen mogelijk is als we bereid zijn hen te laten opgroeien als spontane, op eigen initiatief lerende mensen. Tenslotte was het mijn bedoeling om aan te tonen dat dit soort lerende zich voor zover wij weten het best kan ontwikkelen in een groeibevorderende, begeleidende relatie met een persoon.(Rogers, 1973, p. 113)

In een eerdere blog beschreef ik al de actualiteit van Rogers’ boek “Learning in freedom”. Toen ik het bovenstaande citaat las, dacht ik aan de stadstafel die de Gemeente Utrecht vorige week over het Voortgezet Onderwijs organiseerde. Ruim honderd mensen, van allerlei kunnen en willen, bespraken daar de centrale vraag wat het VO nodig heeft om kinderen voor te bereiden op de 21e eeuw. ‘Alles’ komt in dergelijke gesprekken weer langs: meer nadruk op vaardigheden (welke dan?) en de verhouding kennis-vaardigheden. Persoonlijker onderwijs door te personaliseren, en dat moet weer weergegeven worden in een portfolio. Per vak examen kunnen doen op het niveau dat bij je past. Aansluiten bij talenten van leerlingen. Uit leerlingen halen wat er in zit (wat zit er dan in?). En er waren zelfs leerlingen bij die vonden een betere relatie met docenten noodzakelijk. Paul Rosenmöller vatte aan het einde van de bijeenkomst scherp samen: dat we het hierover hebben, betekent ook dat we het missen! Hij kon gelukkig ook melden dat de VO-raad ook voor flexibilisering van de examinering is en dat er naast je diploma ook een document waarin je competenties en zo staan.

Ik vond het een mooie bijeenkomst, maar bespeurde bij mezelf ook enig scepticisme. Nu is het kraken van kritische noten natuurlijk sterker als je ook met oplossingen komt. Het spijt me. Was het maar zo makkelijk. We snakken blijkbaar naar ‘freedom to learn’, maar we weten (durven) dat geen vorm te geven? Komt dat doordat de oplossingen het binnen ‘het systeem’ vinden. Zoals een Amerikaanse collega verwoordt: Sustaining Outdated Practices Will Not Transform Schools.

“When one looks at education in general there is very little change from over 150 years ago. Back then the education system was designed to serve an industrialized world that was in desperate need of skilled factory workers. What resulted was the quick development of a system to educate as many students as possible in a fashion that was cheap and easy.”

Het is dus ook nog niet eens een typisch Nederlands probleem! Keep reading →

Ik ben lui

Over uitstelgedrag

“Ik ben lui” zei een leerling eens tegen me als reden waarom taken niet opgepakt werden. Helaas voor haar ging die verklaring er bij mij niet in. Eerlijk gezegd heb ik nog nooit echt luie mensen leren kennen. In de meeste situaties van vermeend uitstelgedrag waren leerlingen veel energie kwijt om zich staande te houden in een stressvolle omgeving. Zo bleef er geen energie meer over om aandacht te geven aan andere taken die ook tot hun verplichtingen behoorden. “Je bent niet lui. Dat wil ik ook niet meer horen. Hooguit dat je je aandacht nodig hebt voor andere taken!”. Terzijde: ik heb overigens nóg meer moeite met docenten die een leerling lui noemen!

Uitstelgedrag wordt ook wel met een mooi woord procrastinatie genoemd, maar het bezorgt veel mensen een ongemakkelijk gevoel. “Eigenlijk moet ik…” En echt niet alleen studenten talmen met het oppakken van de studie! Uitstelgedrag is al decennia lang onderwerp van gesprek, van onderzoek en van coaching, én van frustratie. En ondanks dat alles bestaat het nog steeds en zal het blijven bestaan. Blijkbaar heeft uitstellen alles met onze eigenheid als mens te maken. Dat maakt ook dat de stelling dat uitstelgedrag aangeleerd gedrag is discutabel is (zoals de scheiding tussen aangeleerd en aangeboren gedrag overigens een achterhaalde scheiding is).

Procrastinatie is een keuze, zoals we elke moment van de dag keuzes maken. Een keuze die mede door het zicht op een beloning gemaakt wordt. Soms kiezen we liever voor de korte termijn beloning dan voor de lange termijn beloning. Maar ook weer niet altijd. Waarom de ene keer wel en de andere keer niet? Het antwoord ligt in de emotionele processen. Het lijkt er op dat we sterker geneigd zijn om uit te stellen als we ons onzeker of neerslachtig voelen. Een korte termijn beloning beurt ons dan eerder op dan een uitgestelde beloning. Nee, onze keuzes zijn niet altijd rationeel!

Een klassiek en beroemd geworden onderzoek is de Kids Marshmallow Experiment, waarbij kinderen 20 minuten alleen gelaten worden met een spekje. Blijven ze er af, dan krijgen ze er nog een. Een vervolgonderzoek naar de ontwikkeling van deze kinderen toonde aan dat kinderen die konden wachten, hoger scoorden op de toelatingstest voor het wetenschappelijk onderwijs in de USA.

[youtube id=”0mWc1Y2dpmY” responsive=”true” showinfo=”false” branding=”false” hd=”false” autoplay=”false” controls=”false” theme=”light”]

Een interessant en recent vervolg op dit onderzoek is dat van Kidd, Palmeri & Aslin (2013). Zij onderzochten de rol van vertrouwen in relatie tot self-control. Kinderen argumenteren op basis van vertrouwen. Vertrouw ik de toezegging dat ik er nog een krijg? Zo niet, dan kun je je spekje beter nu opeten. Het blijkt dat uitstelgedrag niet alleen met het vermogen tot self-control te maken heeft, maar ook situatiegebonden is. Dat ondersteunt ook de gedachte dat uitstelgedrag meer door emotionele processen beïnvloed wordt dan dat het aangeleerd is.

Keep reading →